Visie Emotionele Remediëring

 

Jarenlang empirisch werk met kinderen en jongeren leert ons dat emotioneel belastende situaties (pesten-(vecht)scheiding-zelfdoding-verliezen door de dood, onzichtbare verliezen, verlies aan liefdevolle aandacht…) het ‘emotioneel welbevinden’ van kinderen en jongeren in de weg staat.

 

Emotioneel belastende situaties waarbij gevoelens worden opgekropt tonen zich, vaak jaren later, in moeilijk en extreem ‘onhandelbaar’ gedrag en handelingen. Kinderen ontploffen, doen woede aanvallen, worden overbeweeglijk, kruipen eenzaam weg in een hoekje, worden moe (overbelast lichaam), krijgen hoofdpijn, zetten muren voor zich en dragen maskers. Hun schoolpunten gaan fel (vaak tijdelijk) naar beneden.

 

De ER-methode is een ervaringsgerichte, laagdrempelige, non-verbale methode die emoties erkenning geeft alsook de toestemming om deze te veruiterlijken. Elk kind, elke jongere kan leren om een opgekropte, ontaarde emotie om te zetten in een constructieve taal.

Het project bestaat erin om ‘buiten’ gevoelsplekken te bouwen. Gevoelsplekken zijn tastbare, afgebakende plekken waar een bepaald gevoel en daarmee gepaard gaande gedragsuitingen op een constructieve manier worden (h)erkend, benoemd, veruiterlijkt en verwerkt. Zo kunnen kinderen en jongeren hun emoties beter reguleren en hun emotioneel welbevinden verhogen. Ervaring leert ons dat het non-verbale karakter van een interventie de weerstand verlaagt waardoor kinderen en jongeren gestimuleerd worden tot exploratie en exposure. ER kan helpen wanneer een gevoel dreigt te ontsporen in moeilijk en extreem gedrag.

 

Eén van de conclusies binnen ons wetenschappelijk onderzoek leert ons dat ER zich pas als een duurzaam product kan ontwikkelen als we het gedachtegoed achter ER en het bijhorend 12-stappenplan integreren en implementeren in een site. Hierbij zijn de kinderen en jongeren zelf belangrijke co-researchers.

Dit preventieproject werd wetenschappelijk onderzocht aan de faculteit psychologische en pedagogische Wetenschappen UGent, vakgroep Orthopedagogiek in het academiejaar 2016-2017. Titel van deze masterthesis: “Gevoelsplekken maken: methode voor emotionele remediëring. Een actieonderzoek”.

Hieronder vind u de visietekst verbonden aan deze masterthesis.

 

De visie en het achterliggende theoretisch kader van het concept ‘emotionele remediëring’ (ER) ligt in de integratie van diverse stromingen en visies. Deze integratie krijgt soms kritiek. In Naar een integratieve handelingsorthopedagogiek (Broekaert, 2009) lezen we: “De uitzonderlijke hoge eis die deze wetenschap stelt, botst vaak op de rationalisatie der onkunde: of het verdedigen dat integratieve kennis leidt tot een tekort doen aan de specialistische; met als gevolg oppervlakkigheid” (Broekaert, 2009, p. 7).

De toepassing van het integreren stelt De Bleekweide in staat om vanuit een grote vakkennis, flexibiliteit en beweeglijkheid en vanuit de behoeftes en noden van de cliënt een begeleiding aan te bieden. Het respect voor de eigenheid van de hulpvrager staat voorop, zodat de dynamiek van het proces een zoektocht blijft naar wat werkt of niet werkt voor de cliënt. De Bleekweide ervaart deze manier van kijken als een verrijking waarbij de draagkracht, de mogelijkheden en kwaliteiten van een individu naar boven worden gehaald. Prof. Freddy Mortier (persoonlijke communicatie, 11 september, 2015) verwoordde het op het congres van de Orthopedagogiek in 2015 tijdens zijn uiteenzetting ‘Ethiek en orthopedagogiek: Enige ethische reflecties op ontwikkelingen in de orthopedagogische zorg’ als volgt: “Zijn we niet allen dragers van beslissingen die we zelf kunnen nemen?”

Na jarenlang opgebouwde empirische ervaring in het begeleiden van kinderen en jongeren met (gedrags- en) emotionele problemen en door gesprekken met ouders, leerkrachten en hulpverleners, kwamen we tot de bevinding dat emoties, eens opgekropt, vaak ontsporen in moeilijk of extreem gedrag. Hiervoor wordt in De Bleekweide de metafoor gebruikt van het ‘emotionele vat’.

Het emotionele vat is een vat waar gevoelens in geduwd worden, in evenwicht zijn of onder druk kunnen transformeren in gedrag, handelingen of reacties. Het vat kan imploderen of exploderen. Leren omgaan met het ‘vat’ is een belangrijk issue in De Bleekweide. Elk gevoel mag gevoeld worden en elk gevoel is oké. We leren groot en klein op een constructieve manier om te gaan met (soms moeilijk of ontspoord) gevoel.

Dit signaalgedrag toont zich vaak onder de vorm van een storing op drie niveaus. Op mentaal niveau zitten signalen als concentratiestoring, zorgen, piekeren, waaromvragen, ‘mijn hoofd zit vol’. Op lichamelijk niveau zijn de signalen buikpijn, hoofdpijn, vermageren, misselijkheid, spierpijn, vermoeidheid, en op emotioneel niveau heb je woedeaanvallen, angsten, extreem missen, zich afgewezen voelen, verbittering, schuldgevoelens. Deze signalen staan in verbinding met elkaar en worden vanuit de drie niveaus geuit in gedrag(ingen).

In het boek Scheiden in meervoud: over partners, kinderen en grootouders wordt het verband geformuleerd tussen het cognitieve en het emotionele functioneren: “Leerkrachten zijn gebaat bij het besef dat een verstandig kinderhoofd maar optimaal kan functioneren mits een vreugdevol kinderhart” (Pasteels, et al., 2013, p. 325).

Deze signalen worden getoond aan de buitenwereld. We beschrijven deze met een metafoor als “de eerste stoel”. De eerste stoel staat voor wat zichtbaar en objectief waarneembaar of observeerbaar is. De eerste stoel is vaak goed gekend bij ouders en begeleiders van kinderen en jongeren.

In de Bleekweide kijken we met een dubbele bril. Als metafoor gebruiken we hiervoor ‘de tweede stoel’. We kijken verder dan de eerste stoel. Dit betekent concreet: “Ik zie wat je toont (eerste stoel) maar wat wil jij mij écht vertellen? Wat is de achterliggende boodschap van jouw signalen? Kan ik deze beter leren begrijpen?”. In het beter leren begrijpen van deze signalen nemen we een levens- of verliesgeschiedenis mee, situaties en context, een maatschappij. ‘Anders kijken en luisteren’ is een integratieve aanpak, waarbij een grote bagage aan theoretische kennis en ervaring probeert tegemoet te komen aan de echte hulpvraag van het kind of de jongere.

Deze aanpak vinden we terug in het Integratief Orthopedagogisch handelen. We citeren: “Het probleem van de verhouding tussen rationalisme en empirisme wordt vereenvoudigd wanneer men ervaren, beleven, handelen en denken als integratief procesmatig interagerend beschouwt. Geen verenging in rechtlijnige categorisatie of kwantifering” (Broekaert, 2009, p. 23).

 

BLEEKWEIDE

BE 0809 157 172

 

 

aanmeldingen@bleekweide.be

info@bleekweide.be

maandag-, woensdag- en vrijdagvoormiddag telkens van 9U-12U

09 229 36 42

© Copyright. All Rights Reserved vzw Bleekweide