Uitgangspunt

Jarenlang empirisch werk met kinderen en jongeren in de eerste- en tweedelijnszorg leert ons dat emotioneel belastende situaties, waarbij gevoelens worden opgekropt, zich soms vele jaren later kunnen uiten in moeilijk en zelfs extreem ‘onhandelbaar’ gedrag en handelingen.

Kinderen ontploffen, doen woede aanvallen, worden over-beweeglijk, kruipen eenzaam weg in een hoekje, worden moe (overbelast), krijgen hoofdpijn, zetten muren op en dragen maskers. Schoolresultaten gaan er –al dan niet tijdelijk – op achteruit. Er ontstaat schoolmoeheid, levensmoeheid.

Volwassenen bestempelen bovenstaande signalen vaak als een stoornis. Maatschappelijk gezien bestaat er een grote drang om dergelijk ‘gedrag’ te omschrijven, te vatten in diagnoses, te ‘behandelen’ met medicatie, te labelen, te categoriseren.

Wij bij Bleekweide delen de visie (Toye & vandeGucht, z.j.) dat het aanleren van de vaardigheid om met eigen emoties om te gaan de identiteits- en emotionele ontwikkeling, alsook het emotioneel welbevinden van kinderen en jongeren, constructief beïnvloedt.